1: Ik ben zeer mobiel. Ik kan mijzelf dus zeer gemakkelijk verplaatsen.
2: Ik heb geen problemen met mobiliteit. Ik kan mijzelf dus gemakkelijk verplaatsen.
3: Ik heb wat problemen met mobiliteit (bijvoorbeeld om een helling op te komen).
4: Ik heb problemen met mobiliteit. Ik kan alleen korte afstanden afleggen.
5: Ik heb veel problemen met mobiliteit. Ik heb iemand nodig om me te helpen om mijzelf te verplaatsen.
6: Ik ben aan bed gebonden.